3.1.25

La Paz (2)

Zicht op La Paz vanaf El Alto
We hebben nog steeds vriendelijk weer in La Paz zodat we er graag op uit trekken. Zo hebben we woensdag het nationaal Kunstmuseum bezocht met veel verrassende moderne kunst uit Bolivia.
Museo Nacional del Arte

De collectie is ondergebracht in een gerestaureerd paleis. Er in ronddwalen beviel ons zeer.

Dit schilderij heet Tegenpolen en lijkt de innerlijke strijd te symboliseren van mensen 
van het platteland: wel of niet naar de grote stad;
de moeder van de kunstenaar stond twee keer model voor dit werk
Veel kunst is geëngageerd, zoals we in een zaal zagen die in het teken stond van geweld tegen vrouwen.

Aan het eind van de donderdagmiddag hebben we nog een tochtje gedaan met de kabelbaan, deze keer naar El Alto, dus een flink stuk omhoog. Bovenaan bevindt zich een enorme openluchtmarkt, waar we met de kabelbaan gedeeltelijk overheen vliegen. Het einddoel was een uitzichtpunt van waar we de stad nog eens wilden bekijken. Het bleek dat deze lijn heel wat drukker was de vorige. Er waren zelfs korte wachtrijen voor de instap en je zit met zijn achten in een cabine. Bij de controlepoortjes en op het "perron" staat steevast personeel om alles in goede banen te leiden. 

In de schemering omlaag

Geldwisselaars op straat

Bolivianen zitten overdag nooit thuis. Je hebt een baan, hebt een bedrijf of je verkoopt wat in een stalletje of gewoon op straat. Als dat allemaal niet lukt zit je op straat te bedelen, hetgeen helaas ook veel voorkomt in Bolivia. 

La Valle de la Luna

Vrijdag wilden we naar de Valle de la Luna, de zoveelste maanvallei tijdens onze reis.

Deze is klein en bestaat feitelijk uit zogenaamde badlands. Je betaalt entree en je bent niet alleen. Maar desondanks was het een leuk uitstapje, 10 km met de taxi heen en ook weer terug. De rotsen zijn door eeuwenlange erosie bijzonder grillig en daar tussen vind je meerdere cactussoorten.
 
 

De taxichauffeur vertelde het verhaal dat astronaut Neil Armstrong de plek heeft bezocht vlak na zijn maanreis in juli 1969. Hij heeft toen het park officieel mogen dopen met de naam Valle de la Luna.  

De laatste dag, zaterdag, stond in het teken van een stadswandeling met gids. Er was een groep van circa 12 personen en we kwamen langs een grote openluchtmarkt, de heksenmarkt, de San Franciscokerk en het hoofdplein van La Paz. We hadden al het een en ander gezien de voorgaande dagen en zo'n stadswandeling doe je ook liever aan het begin. 

Een wat lugubere aanblik:
foetussen en pasgeboren dieren (lama's vooral)

Toch kregen we nog de nodige nieuwe informatie mee. Op de zogenaamde heksenmarkt, een voornamelijk toeristische attractie, zagen we bij diverse winkeltjes pas geboren lama's of zelfs foetussen hangen, die je dus kunt kopen. Er werd uitgelegd dat dit offergaven zijn die vanuit de pre-Colombiaanse tijd gebruikelijk waren en die de christelijke overheersing hebben overleefd. Het gaat om pasgeboren of ongeboren dieren, soms ook honden, die een natuurlijke dood zijn gestorven, in tegenstelling tot vroegere tijden toen levende dieren werden gebruikt. Bij de Inca's kwamen zelfs mensenoffers voor.  Het schijnt dat een groot deel van de 80% katholieken in Bolivia hun geloof vermengt met deze oude rituelen.

De vrouwen die op de markt hun waren verkopen worden casera's genoemd of ook wel cholita's. De naam cholita's geldt ook voor de dames die in worstelshows optreden, een populaire tijdsbesteding om naar te kijken. Dat hebben we maar niet gedaan omdat ook hier sprake is van een toeristenval.

Op de markt vind je tientallen soorten
aardappelen, waaronder hagelwitte

Deze casera's vormen volgens onze gids een belangrijke sociale rol. Voor velen is het een soort vertrouwenspersoon en psychotherapeut, kortom iemand waarmee je lief en leed kunt delen. 

Interessant is ook de geschiedenis van de bolhoedjes. Ze werden aanvankelijk vanuit Europa gedumpt met als doel ze te verkopen aan de Boliviaanse mannen. Die hadden daar geen trek in maar op een of andere manier gingen de cholita's ze dragen, onder andere omdat ze daardoor wat langer leken. Nu zijn ze een symbool van trots. De mooiste exemplaren worden bij speciale gelegenheden gedragen en ze kunnen wel een paar honderd euro kosten. 


Vijf dagen La Paz was ongetwijfeld veel te kort om deze grote stad goed te leren kennen, maar we vonden het hoe dan ook interessant. 

Van Oruro naar La Paz met een grote omweg; 1420 km in 19 dagen

1.1.25

La Paz

La Paz, bij sommige bevolkingsgroepen dragen de vrouwen nog het traditionele bolhoedje
De miljoenenstad La Paz (de vrede) wilden we niet missen en, of je wilt of niet, je moet er toch doorheen. De ligging is spectaculair, in een diep dal, waarbij een groot deel van de gebouwen tegen de steile wanden is gebouwd. Boven aan de rand is El Alto (de hoogte) gelegen en ook het vliegveld. El Alto hoort ook tot La Paz, maar lijkt meer een zelfstandige stad dan een buitenwijk. 

De hoogteverschillen zijn enorm. Tussen de laagst gelegen gedeelten en El Alto zit maar liefst 800 meter. 

Kabelbaan als openbaar vervoer
Zo'n 15 jaar geleden gaf president Evo Morales het startsein tot de bouw van een netwerk van 11 kabelbanen die de hoogteverschillen gemakkelijker aankunnen. Vandaag hebben we er kennis mee gemaakt. Het is een comfortabele, efficiënte en schone vorm van openbaar vervoer. Per lijn ben je 30 cent kwijt.

We wilden eigenlijk naar een natuurpark vandaag, maar de weg er naar toe was dermate verstopt dat we met de taxi rechtsomkeert hebben gemaakt. Dat komt dan nog. Ondanks de kabelbanen blijft het een enorm drukke stad. 

Voorbij de torenflats de vulkaan Illimani

We hebben, zoals we meestal doen in steden, een appartement gehuurd, voor vijf dagen, want er is wel wat te zien. We zitten op de 23ste verdieping en genieten naar twee kanten van een fantastisch zicht op de stad en zelfs op de uitgedoofde vulkaan Illimani, 6500 meter hoog en bedekt met eeuwige sneeuw.

Eergisteren reden we zo'n 175 km op weg naar La Paz. Het was weer een vermoeiende tocht door de bergen, waarbij we onderweg ineens een door de lucht vliegende golfplaat op de voorruit kregen. Het was in een dorp, maar na een snelle stop gleed hij er vanaf. De dunne metalen golfplaten kunnen blijkbaar gemakkelijk door de wind opgetild worden. Het grote probleem op deze weg zijn de vrachtauto's, die bergop soms maar 15 km per uur halen. Je bent wel verplicht ze in te halen en dat doen de Bolivianen wat gemakkelijker, ook voor onoverzichtelijke bochten.

Overnachting bij eenzaam kerkje

Nadat de vierbaans snelweg begon over de hoogvlakte zochten we een leuke slaapplek op bij een vervallen adobe kerkje. Op inmiddels 4000 meter hoogte koelde het snel af, maar we kunnen het toch goed zonder kachel stellen.  Onze standkachel is niet geschikt voor hoogtes boven de 2500 meter, omdat de weinige zuurstof zal leiden tot vervuiling en afslaan van de brander. 

We hebben gisteravond met z'n tweeën Oudejaarsavond gevierd. Met Nieuwjaarsdag is er in La Paz veel meer open dan gedacht, dus maakten we ook nog een leuke wandeling door het toeristische gedeelte van de stad.

Al onze volgers wensen we een prachtig 2025 toe.

De San Francisco kerk in La Paz

29.12.24

Cochabamba

We staan in de tuin van deze villa in Cochabamba
Van Sucre naar Cochabamba is 350 km maar we deden er gisteren acht uur over. Dat komt omdat we in een bergachtig deel van Bolivia zijn met veel hoogteverschil. Het schiet dus niet op. In Cochabamba moesten we ook nog eens de hele stad door en het was daar zo druk dat het verkeer stapvoets ging. Opmerkelijk is hoeveel honden langs deze weg zitten te wachten tot een automobilist ze wat toewerpt. We telden er 40 in een halfuur.
De tuin is ook een architectonisch hoogstandje

We zijn op een minicamping, 8 km buiten de stad, naast een Gaudi-achtige villa en een vijver. De voorzieningen zijn prima en dat voor voor slechts enkele gasten. Er is een keuken om te gebruiken en een fraaie badkamer. 

Heel bijzonder zijn de "grotten" die zijn gemaakt langs en onder de vijver. Het zijn kamers waar je kunt overnachten en de vissen zie je vanuit je bed langszwemmen.

Vanuit je bed kijken naar de de onderwaterwereld

De eigenaar Javier is architect en heeft een rijke fantasie waarmee hij zich heeft uitgeleefd in dit paradijsje. 

We slaan een stadsbezoek aan Cochabamba over. We hebben al veel tijd in steden doorgebracht de laatste tijd.

Omdat de stad op 2600 meter hoogte ligt, heersen hier lekkere temperaturen met veel zon, hoewel we gisteren een stevige bui onderweg hadden. Het is hier ook bijzonder groen en je hoort enorm veel vogels.


Verlicht overheidsgebouw in Sucre
Nog even een nabrander over Sucre, een stad die ons erg goed is bevallen. Donderdag bezochten we een toprestaurant en hadden er 10 gangen tijdens een proeverij. Ook nog eens zes drankjes. Bij elk gerechtje kregen we uitleg (in het Engels) en het bleek dat de chef er op gebrand is alleen Boliviaanse ingrediënten te gebruiken, het liefst uit de streek. Het restaurant heet niet voor niets Nativa, inheems.

De prijs voor dit alles was vergelijkbaar met een eenvoudige lunch in een Nederlands restaurant.

Vrijdag was het tijd voor een museum, de kapper en een rondgang over de centrale markt.

Overzicht van de minicamping in Sucre
Vrijdagavond was er de "Noche en Blanco en la Ciudad Blanca" zoals het steeds trots werd aangekondigd. De witte nacht schijnt in meer steden te worden gehouden, maar nu dus in de witte stad, die Sucre is. 

De binnenstad is autovrij gemaakt om de weg vrij te maken voor allerlei optredens, straatartiesten en ook musea die tot in de nacht met korting open zijn. Er stond een dermate lange rij voor een museum dat we daar afgehaakt zijn. 

Een fanfare die door de straten liep kreeg enorme bijval van mensen die in de straat gingen dansen.

We maakten in een museum kennis met de bijzondere
weeftraditie van inheemse groepen rond Sucre

. 

Op een deel van de markt worden vruchtensappen bereid

25.12.24

Sucre

Zicht op Sucre
Wij zijn inmiddels in de hoofdstad van Bolivia, Sucre. De regering zetelt hier niet, dat is La Paz. 

Het is een aangename stad, zowel qua sfeer als qua weer. Omdat we nu 1200 meter lager zitten dan in Potosí is het hier wat warmer en de vegetatie is mediterraan van karakter. 

Het is een door de Spanjaarden gestichte stad en van de koloniale gebouwen is veel bewaard gebleven. Er zijn veel musea en we zullen proberen er in elk geval een te bezoeken. Sucre geldt als een van de mooiste steden van Zuid-Amerika.

Het drukke Bolívarpark

Gisteren, de dag voor kerst, hebben we een wandeling gedaan door het centrum. Het was er heel druk op de markt en op het centrale plein. Veel mensen doen nog inkopen voor kerstavond. We aten een heel lekkere pizza aan het hoofdplein. Het is gebruikelijk dat je er samen een neemt, een van 25 cm was voor ons genoeg. 

We staan op een minicamping in de stad zelf, op 800 meter van het centrum, dus prima beloopbaar. Er kunnen circa 5 campers staan, maar we zijn met drie. Een Duitse truck met een gezin met twee kleine kinderen is vandaag na twee weken vertrokken. Enkele dagen geleden stonden hier nog Marieke en Michiel met hun truck. We kennen hen van hun blog dat we volgen. 

Overal straatverkopers

De camping wordt beheerd door een ouder echtpaar, maar we hebben ook whatsappcontact met de dochter Carolina, die momenteel in het buitenland is. Zij geeft ons allerlei tips. De camping is bijzonder comfortabel en netjes onderhouden, vinden wij. Het is trouwens de eerste camping in vier weken. 

En overal straathonden

Vandaag deden we weer een wandeling, onder andere naar het park Bolívar. Onder leiding van Simón Bolívar werden grote delen van Zuid-Amerika van de Spaanse overheersing bevrijd, Venezuela, Colombia, Ecuador, Peru en Bolivia, zodat hij nog steeds geëerd wordt. Hij werd de eerste president van Bolivia, zijn medestrijder De Sucre werd de tweede president. Dat was allemaal al zo'n twee eeuwen geleden.

Wij wandelen vrij grote afstanden de laatste dagen. Dat is echter niet per se gezond want het autoverkeer in de steden is nogal druk en de uitlaatgassen zijn extra vuil vanwege te weinig zuurstof die de auto's krijgen bij de verbranding.

22.12.24

Potosí

Potosí is een op 4000 meter hoogte gelegen stad die daarom nogal lage temperaturen kent. In de zon is het lekker maar als het bewolkt wordt is het een stuk minder aangenaam. 's Nachts wordt het zo'n 5-8 graden. Eigenlijk hebben we weinig te klagen over het weer, want van de regentijd is nog weinig te merken. De laatste 10 dagen is het droog gebleven. 

Ooit was Potosí de tweede stad ter wereld qua inwonertal (na Londen) en dat was geheel te danken aan de zilverwinning. Naast deze stad ligt de Cerro Rico, de rijke berg. Een groot deel van de voorspoed van Spanje is te danken aan de mijnen in deze berg. Denk aan de legendarische zilvervloten, die niet allemaal Spanje haalden, zoals we weten. Tot op de dag van vandaag wordt er zilver gewonnen, maar dan op bescheiden schaal in coöperatief verband. 

Binnenplaats van de Munt
Dankzij het zilver kreeg Potosí ook een Munt, oftewel een gebouw waar sinds begin 16e eeuw munten geslagen werden. Eerst was dat puur handwerk, met een hamer of een pers, maar later ging dit door slaven en muilezels aangedreven mechanieken. Nog later kwamen de stoommachines en elektrische aandrijving, waardoor de mens- en dieronterende werkomstandigheden verbeterden. Tijdens de rondleiding, zaterdag, werd dit alles aan ons getoond en uitgelegd. Er zijn uit alle eeuwen productiemiddelen bewaard gebleven. Tegenwoordig komen de Boliviaanse munten en bankbiljetten uit het buitenland. 

We vonden het een interessant bezoek. Er was een groep van zo'n 20 Bolivianen en een paar buitenlanders. Potosí is heel wat minder toeristisch dan Uyuni, waar je soms bijna over de toeristen struikelt. Door de vroegere rijkdom zijn er in de zilverstad wel veel meer interessante gebouwen.

Een van de tientallen bruidsparen

Zaterdag zagen we dat in de hele binnenstad bruidsparen met hun gevolg nadrukkelijk aanwezig waren. Vlak voor kerst wordt er massaal getrouwd, hoorden we. 

 
In Potosí hebben we een hostel. Dat hadden we tevoren al geboekt en dat kwam goed uit omdat de bus weer naar een garage moet. Er is olielekkage die verholpen moet worden. Misschien niet ernstig maar we moeten nog wel zo'n 8000 km door Zuid-Amerika en deze garage heeft goede recensies. Er werken wel zo'n 12 man, zoiets hebben we tijdens onze Amerika-reizen nog niet meegemaakt. Vaker waren het er één of twee. 

 
Eergisteren hebben we overnacht bij een thermaalbad. Het is vrij primitief met een gemeenschappelijk bad en meerdere individuele baden die allemaal binnen zijn, waardoor het soms onaangename weer er geen vat op heeft. Wij hadden een bad voor ons tweeën met een heerlijke temperatuur, naar schatting 34 graden. Thermaalbaden van vulkanische oorsprong vind je in dit deel van de wereld heel vaak.  

Vandaag is het voor het eerst sinds lange tijd wel regenachtig. Ze zeggen hier "en enero poco, en febrero loco". Dus in februari wordt het pas echt gek met de regen. 

Met gids Sol op bezoek bij de god/duivel van de mijnwerkers, el Tio
We zijn vandaag in een zilvermijn geweest. Lange tijd waren ze gesloten maar sinds enkele decennia kunnen coöperaties of individuen een licentie krijgen om een stukje van de berg Cerro Rico te exploiteren.
Cocabladeren

Onze gids Sol heeft zelf noodgedwongen ook twee jaar in de mijn gewerkt, tijdens de covidpandemie. Ze zegt dat de stad in grote mate afhankelijk is van de zilvermijnen, ook na zoveel eeuwen. Er zijn er tientallen, zodat de berg een gatenkaas is. Zo'n 15.000 mensen werken er.

Het lijkt ons geen pretje, want als er gewerkt wordt (wij waren er op zondagochtend) is er natuurlijk veel stof en lawaai. Er wordt met dynamiet gewerkt om nieuwe zilveraders te kunnen bereiken. 

Voor het bezoek aan de mijn waren we even op de mijnwerkersmarkt. Daar werden we geacht een zakje coca, een flesje pure alcohol en een speciaal soort handgemaakte sigaretten te kopen. Het is bedoeld als offer aan de Tio, de beschermgod van de mijnwerkers. Er zit allerlei bijgeloof ingebakken in het leven in de mijn. De offerandes die wij kochten werden door Sol bij de Tio gebracht. De 96% alcohol werd over het beeld gegoten. Dat percentage komt dan overeen met het percentage zilver in de stenen die men hoopt te vinden. Minder alcohol, minder zilver, zo is de gedachte. Vrijdagmiddag drinken de mijnwerkers de restanten van de flesjes alcohol. 

We werden goed voorbereid op onze wandeltocht door de mijn met beschermende kleding, laarzen, helm en lamp. 

Er blinkt veel goud in het klooster
Maandag werd onze laatste dag in Potosí. We bezochten het Santa Teresa klooster. We kregen een rondleiding van bijna twee uur samen met een Belgische familie. We konden na afloop niet zeggen hoeveel zalen we hadden gezien, misschien wel twintig. Hoe dan ook, het klooster werd in de 16e eeuw gesticht voor in totaal 21 meisjes uit rijke Spaanse gezinnen die non werden. Het ging altijd om de tweede dochter in een gezin. Ze kregen kun familie nooit weer te zien. Alleen spreken kon nog wel in een speciale geblindeerde ruimte met tralies. Het klooster kende een enorme rijkdom omdat de families behalve de dochter ook nog geld of dure voorwerpen aan het klooster moesten schenken.

Tegenwoordig is het een museum. Er zijn nog steeds nonnen maar die wonen in een ander gebouw en ze doen het uit vrije wil.

Het klooster Santa Teresa
Dinsdag konden we de auto ophalen. Hopelijk zijn de problemen daarmee ten einde. 
Cerro Rico, de rijke berg, vol met zilver

19.12.24

Uyuni


Isla Intihuasi in de Salar de Uyuni
Waarschijnlijk de belangrijkste toeristenmagneet in Bolivia is de Salar de Uyuni, het (op een na?) grootste zoutmeer ter wereld. Hoewel we maandag al aankwamen in Uyuni hebben we voor vandaag, woensdag, een tour geboekt om het zoutmeer te beleven.
Cementerio de los trenes

Het is ondanks de drukte echt een belevenis die je meegemaakt moet hebben. Er zijn honderden Landcruisers met toeristen onderweg om de bezienswaardigheden langs te gaan. Je bent er een hele dag mee bezig. 


Er gaan zes personen mee in zo'n auto, in ons geval gingen we met twee Brazilianen en twee Duitsers op stap. De chauffeur/gids, Alejandro, was een onderhoudende en enthousiaste begeleider met een bijzonder gevoel voor humor. 

Na de bezichtiging van het zogenaamde treinenkerkhof, gingen we naar een werkplaats waar het zout wordt verpakt. Er is een hele reeks toeristenwinkeltjes waar ze mooie spullen verkopen. 

 

Daarna ging het de zoutvlakte op naar het monument Dakar en het voormalige zouthotel. Dakar refereert aan de Dakar-rally die hier ooit langstrok. Volgens onze gids haalden de rallyauto's 295 km/u op de zoutvlakte. Het zouthotel is opgebouwd uit blokken zout die uit de Salar worden gehaald. We zien in Uyuni op meer plekken deze bouwstenen. 

 

Daarna was het tijd om wat te eten. Midden op de zoutvlakte zette Alejandro alles klaar zodat we konden lunchen. 

Reservechauffeur

Toen we weer verder reden vroeg Alejandro of er misschien belangstelling was om het stuur over te nemen. Dat wilde Jan wel. 

 

We kwamen aan bij het fotogenieke vulkanische eiland midden in de Salar, mede dankzij de grote cactussen is dit een van de meest gefotografeerde plekken ter wereld. Er is een wandelroute en het ene na het andere mooie plaatje komt voorbij.


Hier komt natuurlijk elke auto met toeristen langs, zodat er tientallen Toyota's geparkeerd staan voor de ingang. Je kunt ook op eigen initiatief de vlakte over rijden en we zagen twee fietsen op het eiland en er stond ook een camper geparkeerd.
 

Wij waren toch wel blij dat niet te hebben gedaan want het zout is natuurlijk niet prettig voor een auto. Op de weg terug kreeg Alejandro een telefoontje van een collega die pech had. Zijn auto was door de veren gezakt en kon niet verder. 

 
Langzamerhand kwam de zonsondergang er aan. Dat wordt op de Salar doorgaans gevierd met een wijntje maar het was inmiddels te hard gaan waaien. Een paar foto's in de avondzon konden natuurlijk nog wel. Alejandro wist het moment waarop Janny haar zonneklep verloor precies vast te leggen. 

In het donker reden we terug naar Uyuni, naar ons hotel. Nou ja hotel, we overnachten in onze camper bij een leuk hotel waar we de wc mogen gebruiken. Op donatiebasis, heel sympathiek voor overlanders. 

We overnachten naast hotel Nido del Flamenco

Afgelopen zondag hadden we nog een verrassing in de vorm van een autoloze zondag. Zaterdagavond kwamen we daar achter. Het heeft te maken met verkiezingen. Elke keer dat er verkiezingen zijn wordt het autoverkeer compleet stilgelegd door de overheid. Men wil daarmee verkiezingsfraude voorkomen, begrepen wij. We zaten dus de hele zondag vast op ons plekje. Geen straf, want we hadden genoeg te eten en we hadden internet.

We kregen laarzen voor een nat gedeelte van de Salar