21.1.25

Ica

Duinen rond Huacachina
We zijn op een bijzondere plek op een paar kilometer van de stad Ica. Het heet Huacachina en het is een duinmeertje met daaromheen een soort toeristenkermis. Er zijn enorme duinen hoewel het hier ver van de oceaan is. Elke avond zijn er honderden mensen die de duinen opklimmen en van bovenaf de zon zien ondergaan. In de weekenden schijnt het hier totale chaos te zijn, maar nu is het wel behapbaar. 
Een wat minder prettig verschijnsel wat ons betreft is dat er tochtjes in nogal luidruchtige  terreinvoertuigen gemaakt kunnen worden. Er rijden er tientallen rond. 
Mensen verzamelen zich voor de zonsondergang; wij gingen ook een stuk omhoog

We staan op een parkeerterrein bij een "ecocamp", een terrein met grote tenten. De voorzieningen zijn perfect met mooie douches en zelfs een goede keuken om zelf te koken. Er is een zwembad en een restaurant, alles om het de verwende toerist naar de zin te maken. En leuk natuurlijk dat het hier gastvrij is voor overlanders. De temperatuur is hier overdag 30 graden en 's nachts 20, heerlijk dus. 

Overnachting in een bijzondere omgeving

Gisteren waren we in Nazca, een van de beroemdste plaatsen in Peru.

Geoglief van een kat
Hier vind je de Nazcalijnen en andere "geogliefen". Het zijn buitensporig grote afbeeldingen en lijnen in het kurkdroge terrein. Ze zijn zo'n 1500-2000 jaar geleden gemaakt. Vanuit een vliegtuigje zijn ze het best te zien maar dat hebben we niet gedaan. Helaas was de uitzichttoren van waaruit je ook een goed zicht hebt gesloten. Wij moesten het doen met de geogliefen die je vanaf de weg kunt zien. 
Een korte wandeling om geogliefen te kunnen zien

Twee menselijke figuren

18.1.25

Puerto Inka

Vandaag aan zee bij Puerto Inka
Dit is de tweede dag aan de Peruaanse kust. Gisteren bereikten we na zes uur rijden een strandje bij Atico. Dit bleek een leuke en veilige plek om te overnachten, hoewel niet ver vanaf de doorgaande weg. Er is een restaurant en zwembad waar we geen gebruik van gemaakt hebben.
Gisteren, ook aan zee

Er was geen muziek of lawaai, zodat we heerlijk konden slapen bij het geluid van de branding. Het geluid van de vrachtauto’s werd in de avond steeds minder. We volgen de Panamericana route, die hier meest langs de kust loopt en behoorlijk druk is. 

We rijden na Arequipa vrijwel steeds door de woestijn. Er groeit hier niets, met uitzondering van plekken waar met rivierwater uit de Andes bevloeid kan worden. Daar is het dan opeens onwerkelijk groen omdat daar rijst verbouwd wordt. 

We waren al gewaarschuwd dat de wegbermen in Peru sterk vervuild zijn met weggegooid afval. We zagen een paar keer mensen van alles uit een rijdende auto gooien. De borden langs de weg die oproepen het milieu te sparen hebben geen effect. 

We staan nu op een camping bij een hotel met zwembad aan het strand. Het is een fantastische plek die niet erg druk is ondanks het weekend. Het is zo’n 28 graden en er is volop zon. Het verkoelende briesje vanuit zee en de schaduw van de palapa maken het helemaal aangenaam. 

16.1.25

Arequipa

Plaza de Armas, Arequipa
We zijn weer op een minder extreme hoogte van momenteel 2300 meter en dat merk je meteen. De auto start weer vlot in tegenstelling tot de afgelopen tijd toen het nodig was om een paar seconden door te starten. Wij hebben zelf ook weer meer adem en het is een paar graden warmer.

Arequipa is de tweede stad van Peru met 1 tot 2 miljoen inwoners, afhankelijk van hoeveel voorsteden je meetelt. Wij staan opvallend genoeg op een camping 10 minuten lopen vanaf het centrale plein. Campings zijn al zeldzaam in Peru en helemaal bij steden. Landen als Argentinië, Uruguay en Chili hebben veel meer een kampeercultuur.

De camping is populair bij overlanders. Bij aankomst stonden er al vier, waaronder een Nederlandse truckcamper. Het is het reisvoertuig van Marieke en Michiel, die we al een paar jaar volgen op hun blog en nu dus voor het eerst in levende lijve tegenkomen. Ze gaan ook in noordelijke richting, maar via een andere route dan wij.

De kathedraal van Arequipa

De stad is de moeite waard om te bezoeken want er is een centrum dat uit de koloniale tijd dateert met markante gebouwen, ondanks de aardbevingen die hier af en toe veel schade hebben aangericht. De Plaza de Armas, het centrale plein, heeft fraaie arcaden aan drie kanten en een bijzondere kathedraal aan de vierde kant. 

Ook de duivel is afgebeeld in de kerk, onder de kansel
Die kathedraal hebben we woensdag bezocht. Deze is in 2001 beschadigd door een aardbeving (een eeuw geleden ook al eens), waarbij een toren door het dak van de kerk viel.  

Vanaf het dak zouden we mooi de actieve vulkaan Misti moeten kunnen zien die maar 15 km van de stad ligt. Helaas hangen er vrijwel steeds wolken om de 5800 meter hoge berg.

Straatje in het kloostercomplex waar vroeger de nonnen woonden

Dinsdag hebben we het enorm grote en fotogenieke klooster Santa Catalina bezocht tijdens de vroege avond. Het is dan sfeervol verlicht met kaarsen en brandende vuurplaatsen.

 
Ook dit klooster is niet gevrijwaard geweest van schade door aardbevingen en niet alles is in de loop der tijd hersteld. 

 
Niettemin is het een genot om in de wirwar van straatjes en woonverblijven rond te lopen.

Het weer is hier prachtig met overdag 22 graden en volop zon. De laatste regen ligt al weer zes dagen achter ons.

Donderdag is een relaxdag geworden want het museum waar we heen wilden bleek gesloten te zijn. 

We maken ons op om naar de kust te gaan. Dat zou dan na 6 weken zijn sinds Iquique in Chili.

Camping Las Mercedes; achter de muur raast het stadsverkeer; dat went snel

12.1.25

Colca Canyon

De eerste keer over de Colcakloof die bij Yanque nog niet zo diep is

Een belangrijk excursiedoel in Peru is de Cañon de Colca, zo’n 200 km ten noordoosten van Arequipa. Vanaf Puno was het ruim 300 km waarbij we aan het eind een 4900 meter hoge pas over moesten, een nieuw record voor ons busje. 

De eerste overnachting was in het leuke dorp Chivay. 

Zo zagen de huizen er uit in Uyo Uyo; op de bovenste
 verdieping de voedselvoorraden en de bedden

We gingen gisteren een klein stukje verder het dal van de Colca in om vanuit Yanque een rondwandeling te doen van zes kilometer en 350 hoogtemeters. Het klimmen is op deze hoogte nog steeds zwaar wegens gebrek aan voldoende zuurstof.  

We kwamen onder andere langs Uyo Uyo, de uitgestrekte ruïnes van een oude pre-Columbiaanse nederzetting. Omdat we tweemaal de Colca over moesten steken, die hier nog niet zo diep is gelegen, moesten we dus flink klimmen. 

We overnachtten bij een hotel op de parkeerplaats in onze camper met gebruikmaking van een zeer goede badkamer en wifi. Het is nu laagseizoen en dus wil men deze faciliteit wel aanbieden aan overlanders, zo merken we redelijk vaak. 

De lucht afspeuren naar condors en
op het juiste moment toeslaan

Vandaag reden we verder naar Cruz del Condor, het belangrijkste uitzichtpunt om condors te kunnen zien. En we hoefden niet lang te wachten voor er enkele van deze majestueuze vogels voorbij zweefden. Eigenlijk moet je hier ‘s ochtends voor negen uur zijn en liefst ook niet in januari tot april, maar misschien hadden we geluk.

We hebben geen fotoapparatuur met telelenzen bij ons, maar deze condor was zo vriendelijk om vlak langs ons te vliegen, zodat een simpele iPhone voldoende was.

Blik in de Colca Canyon en de groene oase Sangalle

We reden naar het laatste dorp, Cabanaconde, om te lunchen. Vervolgens bezochten we een uitzichtpunt met ruim 1000 meter beneden ons de Colca en het oasedorp Sangalle. Die plek is voor velen het doel van een wandeling die vanuit het Cabanaconde 1200 meter omlaag gaat, zo’n 2,5 uur lopen en met een flinke aanslag op je knieën. En dan natuurlijk weer dezelfde weg omhoog. Een andere, langere, weg terug kan ook maar dat vereist een overnachting onderweg. Hoe dan ook, deze uitdaging gingen we niet aan. 

Mooie overnachtingsplek

Overigens is de Colca Canyon de diepste ter wereld. Op het diepste punt tweemaal zo diep als de Grand Canyon.

Inmiddels staan we geparkeerd bij Cruz del Condor. Het werd een wat onrustige nacht, want een hond ging regelmatig een tijd blaffen, kennelijk om onraad (voor ons?) af te wenden. 

We zagen de dag erop nog meer condors, maar helaas niet meer zo dichtbij als de eerste keer. 

Een blinde man komt elke dag naar de parkeerplaats om wat te verdienen

9.1.25

Puno (Peru)

Rotsboog bij de Puerta de Aramú
Puno is de eerste grote stad in Peru, nog steeds aan het Titicacameer. Ook aan deze kant zijn Inca-overblijfselen te vinden, zoals we gisteren hebben gezien. We bezochten de 7 bij 7 meter grote Poort van Aramú.
La Puerta de Aramú
Het is feitelijk een uitgehakt reliëf in een steile en gladde rots. De betekenis is niet volledig duidelijk maar men denkt dat de poort volgens de Inca’s geopend zal worden bij een belangrijke astronomische gebeurtenis. Tot nu toe heeft deze blijkbaar niet plaatsgevonden. 

We hebben ook overnacht bij deze site die bijzondere rotsen kent, waaronder een imposante rotsboog. 

Schaalmodel met buitenkeuken, rieten hutjes en de bewoners;
daaronder het pakket half vergane riet; in werkelijkheid was het eiland 100 m2
Vandaag hebben we een tour gedaan naar de Uros eilanden, de beroemde drijvende eilanden in het Titicacameer. 
Op sommige eilanden zie je geen rieten huisjes meer

Er wordt riet gesneden om deze eilanden te kunnen laten drijven. Het is een pakket van wel drie meter dik. De eilanden worden op hun plaats gehouden door lange stokken van eucalyptusbomen die in de bodem steken. 

We hadden een privétour met bewoners van zo’n eiland. Eenmaal op het eiland kregen we een uitleg aan de hand van een schaalmodel.


De levensomstandigheden zijn armoedig. Er is weinig luxe in de van riet opgebouwde huisjes. De meeste tijd gaat heen met vissen en  riet snijden. De vrouwen doen de huishoudelijke taken en maken voorwerpen voor toeristen.
Bewoner geeft uitleg over het eiland

Het leven speelt zich grotendeels in het eilandendorp Uros af, inclusief school, winkels, kerk en restaurants. 

Inmiddels staan we op een camping bij een oude boerderij die wordt gerund door de Nederlands spekende Zezé. Zijn vader was Nederlander, vandaar. 

Onze eerste indrukken van Peru zijn dat het wat welvarender lijkt dan Bolivia en daarom ook wat duurder voor ons. Ook hier zijn de mensen uitermate vriendelijk. 

In de stad Puno aten we in een restaurant en dat was prima. De Peruaanse keuken is in Zuid-Amerika vermaard. 

Elke dag regent het wel een tijdje, de temperatuur haalt hooguit 16 graden en de zon schijnt nog maar weinig. Het is tijd om het grote meer te verlaten en wat drogere en zonnigere streken op te zoeken.

Terugblikkend op Bolivia kunnen we alleen maar bevestigen dat het land totaal anders is dan de andere landen die we hiervoor in Zuid-Amerika hebben bezocht. De Europese invloed is veel minder sterk. De oorspronkelijke culturen en talen, die vaak teruggaan op de Inca’s en andere inheemse volken, zijn enorm sterk vertegenwoordigd. Daarnaast hebben de landschappen en in het bijzonder de Salar de Uyuni een sterke indruk op ons gemaakt. We hebben er 29 dagen rondgereisd en bijna 2000 km afgelegd, wat maar een klein deel van het land bestrijkt. In de lager gelegen oerwoudgebieden zijn we niet geweest.

6.1.25

Copacabana (Titicacameer)

Wandelen op Isla del Sol
Gisteren zijn we naar Copacabana gereden, nog steeds in Bolivia. Het is de grootste plaats aan het Boliviaanse deel van het Titicacameer. Gisteren was het ronduit regenachtig en de onverharde boulevard was daarom behoorlijk modderig geworden. Zijn we nu echt in de regentijd beland? 

Het is een ronduit toeristische plaats met simpel vermaak op het water en er is een quadverhuur, zodat veel jongelui op en neer langs de boulevard rijden. 

Isla del Sol

De plaats is ook het uitgangspunt voor excursies naar Isla del Sol, een mythisch eiland in het meer en trekt daardoor veel rugzaktoeristen. We gingen tussen de buien door naar een restaurant in het centrum, ongeveer een kilometer lopen vanaf de minicamping waar we nu staan. Vanwege de regen was het gisteren ronduit koud, ook al omdat het meer op 3800 meter hoogte ligt. Door deze hoogte en de enorme oppervlakte is het uniek in de wereld.

De boot vaart langs een mini-eilandje met welgeteld één boom

Vandaag gingen we dan naar Isla del Sol, anderhalf uur varen. We spraken twee Nederlandse jongens die inmiddels twee maanden met hun rugzakken onderweg zijn.

De regen onderweg op de boot maakte plaats voor een vriendelijk weertype met veel zon, zoals we eigenlijk ook verwachten van een "zonne-eiland". We deden een wandeling van zo'n zes kilometer met flinke hoogteverschillen. Dat is op deze hoogte toch extra inspannend. De geweldig mooie uitzichten maakten de inspanning volkomen waard. De omgeving doet enigszins denken aan de Griekse eilanden.

De "Inkatrap" vereist meteen al een flinke inspanning

Onderweg deden we een restaurant aan met een onvergelijkbaar uitzicht en lekkere zalmforel die in het meer wordt gevangen (of gekweekt). Het eiland is volledig autovrij, want de steile hellingen maken de aanleg van wegen vrijwel onmogelijk. Alles wordt met menskracht of met ezels vervoerd over de paden en trappen.

Lunch met uitzicht

We wandelden naar een Inkaruïne, Palacio del Inca genaamd, in behoorlijk goede staat. Daarna naar het genoemde restaurant. De noordkant van het eiland waar ook Inkaruïnes zijn, hebben we niet bezocht, want dat doe je in principe met een overnachting op het eiland. Voor de Inka's was Isla de Sol het middelpunt van de wereld en van grote sacrale betekenis. 

Palacio del Inca

Eenmaal terug op de camping begint het weer te regenen, dus we weten nog niet hoe lang we in de buurt van het Titicacameer blijven. Vandaag was in elk geval een superdag. Morgen gaan we sowieso naar de Peruaanse kant van het meer. 

Van Copacabana moet nog wel de enigszins curieuze inzegening van auto's vermeld worden. We zagen al meerdere keren auto's met bloemen en slingers versierd en we weten nu dat bij de kathedraal de priester de versierde en met alcohol besprenkelde auto's zegent. Zo hoopt de eigenaar dat het voertuig hem/haar goede diensten bewijst en niet bij een ongeluk betrokken raakt. Het was ons al eerder opgevallen dat Bolivianen het bijgeloof niet schuwen. 

Zelfs Toyotaeigenaren zijn niet helemaal zeker van hun aankoop en laten hun auto inzegenen

3.1.25

La Paz (2)

Zicht op La Paz vanaf El Alto
We hebben nog steeds vriendelijk weer in La Paz zodat we er graag op uit trekken. Zo hebben we woensdag het nationaal Kunstmuseum bezocht met veel verrassende moderne kunst uit Bolivia.
Museo Nacional del Arte

De collectie is ondergebracht in een gerestaureerd paleis. Er in ronddwalen beviel ons zeer.

Dit schilderij heet Tegenpolen en lijkt de innerlijke strijd te symboliseren van mensen 
van het platteland: wel of niet naar de grote stad;
de moeder van de kunstenaar stond twee keer model voor dit werk
Veel kunst is geëngageerd, zoals we in een zaal zagen die in het teken stond van geweld tegen vrouwen.

Aan het eind van de donderdagmiddag hebben we nog een tochtje gedaan met de kabelbaan, deze keer naar El Alto, dus een flink stuk omhoog. Bovenaan bevindt zich een enorme openluchtmarkt, waar we met de kabelbaan gedeeltelijk overheen vliegen. Het einddoel was een uitzichtpunt van waar we de stad nog eens wilden bekijken. Het bleek dat deze lijn heel wat drukker was de vorige. Er waren zelfs korte wachtrijen voor de instap en je zit met zijn achten in een cabine. Bij de controlepoortjes en op het "perron" staat steevast personeel om alles in goede banen te leiden. 

In de schemering omlaag

Geldwisselaars op straat

Bolivianen zitten overdag nooit thuis. Je hebt een baan, hebt een bedrijf of je verkoopt wat in een stalletje of gewoon op straat. Als dat allemaal niet lukt zit je op straat te bedelen, hetgeen helaas ook veel voorkomt in Bolivia. 

La Valle de la Luna

Vrijdag wilden we naar de Valle de la Luna, de zoveelste maanvallei tijdens onze reis.

Deze is klein en bestaat feitelijk uit zogenaamde badlands. Je betaalt entree en je bent niet alleen. Maar desondanks was het een leuk uitstapje, 10 km met de taxi heen en ook weer terug. De rotsen zijn door eeuwenlange erosie bijzonder grillig en daar tussen vind je meerdere cactussoorten.
 
 

De taxichauffeur vertelde het verhaal dat astronaut Neil Armstrong de plek heeft bezocht vlak na zijn maanreis in juli 1969. Hij heeft toen het park officieel mogen dopen met de naam Valle de la Luna.  

De laatste dag, zaterdag, stond in het teken van een stadswandeling met gids. Er was een groep van circa 12 personen en we kwamen langs een grote openluchtmarkt, de heksenmarkt, de San Franciscokerk en het hoofdplein van La Paz. We hadden al het een en ander gezien de voorgaande dagen en zo'n stadswandeling doe je ook liever aan het begin. 

Een wat lugubere aanblik:
foetussen en pasgeboren dieren (lama's vooral)

Toch kregen we nog de nodige nieuwe informatie mee. Op de zogenaamde heksenmarkt, een voornamelijk toeristische attractie, zagen we bij diverse winkeltjes pas geboren lama's of zelfs foetussen hangen, die je dus kunt kopen. Er werd uitgelegd dat dit offergaven zijn die vanuit de pre-Colombiaanse tijd gebruikelijk waren en die de christelijke overheersing hebben overleefd. Het gaat om pasgeboren of ongeboren dieren, soms ook honden, die een natuurlijke dood zijn gestorven, in tegenstelling tot vroegere tijden toen levende dieren werden gebruikt. Bij de Inca's kwamen zelfs mensenoffers voor.  Het schijnt dat een groot deel van de 80% katholieken in Bolivia hun geloof vermengt met deze oude rituelen.

De vrouwen die op de markt hun waren verkopen worden casera's genoemd of ook wel cholita's. De naam cholita's geldt ook voor de dames die in worstelshows optreden, een populaire tijdsbesteding om naar te kijken. Dat hebben we maar niet gedaan omdat ook hier sprake is van een toeristenval.

Op de markt vind je tientallen soorten
aardappelen, waaronder hagelwitte

Deze casera's vormen volgens onze gids een belangrijke sociale rol. Voor velen is het een soort vertrouwenspersoon en psychotherapeut, kortom iemand waarmee je lief en leed kunt delen. 

Interessant is ook de geschiedenis van de bolhoedjes. Ze werden aanvankelijk vanuit Europa gedumpt met als doel ze te verkopen aan de Boliviaanse mannen. Die hadden daar geen trek in maar op een of andere manier gingen de cholita's ze dragen, onder andere omdat ze daardoor wat langer leken. Nu zijn ze een symbool van trots. De mooiste exemplaren worden bij speciale gelegenheden gedragen en ze kunnen wel een paar honderd euro kosten. 


Vijf dagen La Paz was ongetwijfeld veel te kort om deze grote stad goed te leren kennen, maar we vonden het hoe dan ook interessant. 

Van Oruro naar La Paz met een grote omweg; 1420 km in 19 dagen

1.1.25

La Paz

La Paz, bij sommige bevolkingsgroepen dragen de vrouwen nog het traditionele bolhoedje
De miljoenenstad La Paz (de vrede) wilden we niet missen en, of je wilt of niet, je moet er toch doorheen. De ligging is spectaculair, in een diep dal, waarbij een groot deel van de gebouwen tegen de steile wanden is gebouwd. Boven aan de rand is El Alto (de hoogte) gelegen en ook het vliegveld. El Alto hoort ook tot La Paz, maar lijkt meer een zelfstandige stad dan een buitenwijk. 

De hoogteverschillen zijn enorm. Tussen de laagst gelegen gedeelten en El Alto zit maar liefst 800 meter. 

Kabelbaan als openbaar vervoer
Zo'n 15 jaar geleden gaf president Evo Morales het startsein tot de bouw van een netwerk van 11 kabelbanen die de hoogteverschillen gemakkelijker aankunnen. Vandaag hebben we er kennis mee gemaakt. Het is een comfortabele, efficiënte en schone vorm van openbaar vervoer. Per lijn ben je 30 cent kwijt.

We wilden eigenlijk naar een natuurpark vandaag, maar de weg er naar toe was dermate verstopt dat we met de taxi rechtsomkeert hebben gemaakt. Dat komt dan nog. Ondanks de kabelbanen blijft het een enorm drukke stad. 

Voorbij de torenflats de vulkaan Illimani

We hebben, zoals we meestal doen in steden, een appartement gehuurd, voor vijf dagen, want er is wel wat te zien. We zitten op de 23ste verdieping en genieten naar twee kanten van een fantastisch zicht op de stad en zelfs op de uitgedoofde vulkaan Illimani, 6500 meter hoog en bedekt met eeuwige sneeuw.

Eergisteren reden we zo'n 175 km op weg naar La Paz. Het was weer een vermoeiende tocht door de bergen, waarbij we onderweg ineens een door de lucht vliegende golfplaat op de voorruit kregen. Het was in een dorp, maar na een snelle stop gleed hij er vanaf. De dunne metalen golfplaten kunnen blijkbaar gemakkelijk door de wind opgetild worden. Het grote probleem op deze weg zijn de vrachtauto's, die bergop soms maar 15 km per uur halen. Je bent wel verplicht ze in te halen en dat doen de Bolivianen wat gemakkelijker, ook voor onoverzichtelijke bochten.

Overnachting bij eenzaam kerkje

Nadat de vierbaans snelweg begon over de hoogvlakte zochten we een leuke slaapplek op bij een vervallen adobe kerkje. Op inmiddels 4000 meter hoogte koelde het snel af, maar we kunnen het toch goed zonder kachel stellen.  Onze standkachel is niet geschikt voor hoogtes boven de 2500 meter, omdat de weinige zuurstof zal leiden tot vervuiling en afslaan van de brander. 

We hebben gisteravond met z'n tweeën Oudejaarsavond gevierd. Met Nieuwjaarsdag is er in La Paz veel meer open dan gedacht, dus maakten we ook nog een leuke wandeling door het toeristische gedeelte van de stad.

Al onze volgers wensen we een prachtig 2025 toe.

De San Francisco kerk in La Paz