19.12.24

Uyuni


Isla Intihuasi in de Salar de Uyuni
Waarschijnlijk de belangrijkste toeristenmagneet in Bolivia is de Salar de Uyuni, het (op een na?) grootste zoutmeer ter wereld. Hoewel we maandag al aankwamen in Uyuni hebben we voor vandaag, woensdag, een tour geboekt om het zoutmeer te beleven.
Cementerio de los trenes

Het is ondanks de drukte echt een belevenis die je meegemaakt moet hebben. Er zijn honderden Landcruisers met toeristen onderweg om de bezienswaardigheden langs te gaan. Je bent er een hele dag mee bezig. 


Er gaan zes personen mee in zo'n auto, in ons geval gingen we met twee Brazilianen en twee Duitsers op stap. De chauffeur/gids, Alejandro, was een onderhoudende en enthousiaste begeleider met een bijzonder gevoel voor humor. 

Na de bezichtiging van het zogenaamde treinenkerkhof, gingen we naar een werkplaats waar het zout wordt verpakt. Er is een hele reeks toeristenwinkeltjes waar ze mooie spullen verkopen. 

 

Daarna ging het de zoutvlakte op naar het monument Dakar en het voormalige zouthotel. Dakar refereert aan de Dakar-rally die hier ooit langstrok. Volgens onze gids haalden de rallyauto's 295 km/u op de zoutvlakte. Het zouthotel is opgebouwd uit blokken zout die uit de Salar worden gehaald. We zien in Uyuni op meer plekken deze bouwstenen. 

 

Daarna was het tijd om wat te eten. Midden op de zoutvlakte zette Alejandro alles klaar zodat we konden lunchen. 

Reservechauffeur

Toen we weer verder reden vroeg Alejandro of er misschien belangstelling was om het stuur over te nemen. Dat wilde Jan wel. 

 

We kwamen aan bij het fotogenieke vulkanische eiland midden in de Salar, mede dankzij de grote cactussen is dit een van de meest gefotografeerde plekken ter wereld. Er is een wandelroute en het ene na het andere mooie plaatje komt voorbij.


Hier komt natuurlijk elke auto met toeristen langs, zodat er tientallen Toyota's geparkeerd staan voor de ingang. Je kunt ook op eigen initiatief de vlakte over rijden en we zagen twee fietsen op het eiland en er stond ook een camper geparkeerd.
 

Wij waren toch wel blij dat niet te hebben gedaan want het zout is natuurlijk niet prettig voor een auto. Op de weg terug kreeg Alejandro een telefoontje van een collega die pech had. Zijn auto was door de veren gezakt en kon niet verder. 

 
Langzamerhand kwam de zonsondergang er aan. Dat wordt op de Salar doorgaans gevierd met een wijntje maar het was inmiddels te hard gaan waaien. Een paar foto's in de avondzon konden natuurlijk nog wel. Alejandro wist het moment waarop Janny haar zonneklep verloor precies vast te leggen. 

In het donker reden we terug naar Uyuni, naar ons hotel. Nou ja hotel, we overnachten in onze camper bij een leuk hotel waar we de wc mogen gebruiken. Op donatiebasis, heel sympathiek voor overlanders. 

We overnachten naast hotel Nido del Flamenco

Afgelopen zondag hadden we nog een verrassing in de vorm van een autoloze zondag. Zaterdagavond kwamen we daar achter. Het heeft te maken met verkiezingen. Elke keer dat er verkiezingen zijn wordt het autoverkeer compleet stilgelegd door de overheid. Men wil daarmee verkiezingsfraude voorkomen, begrepen wij. We zaten dus de hele zondag vast op ons plekje. Geen straf, want we hadden genoeg te eten en we hadden internet.

We kregen laarzen voor een nat gedeelte van de Salar

14.12.24

Oruro (2)

Weer ver buiten de stad
Inmiddels hebben we de stad Oruro verlaten en zo'n 60 km op weg naar Uyuni hebben we een plekje aan een beekje onderaan een heuvel met cactussen. Ons uitzicht is weer groen in plaats van de geelbruine Atacamawoestijn. 
Vegetarische milanesa

In Oruro hebben we in twee vegetarische (eigenlijk veganistische) restaurants gegeten, toch wel onverwacht in dit land. De Bolivianen zijn sowieso niet zulke vleeseters als de Argentijnen en Chilenen. Het is hier meestal kip of lama als het om vlees gaat. Groenten zijn hier volop te verkrijgen, zoals eigenlijk alles wel. 

Carnavalsmaskers

We hebben gisteren twee musea bezocht. Een is het mijnmuseum, gevestigd in een zilvermijngang die opvallend genoeg begint in een kerk. De ander is een etnologisch en folkloremuseum. Je ziet er onder andere tientallen duivelsmaskers die gebruikt worden bij carnaval. Oruro heeft een beroemd carnaval dat belangstellenden uit het hele land trekt. 

Fruitverkoopster;
veel mensen dragen een hoofddeksel

We hebben ook nog een stukje van de enorme openluchtmarkt bezocht. Daar raak je niet snel uitgekeken. 

Vanmorgen hebben we, wijze raad opvolgend, toch maar een tankstation opgezocht al kon er maar 25 liter bij in de 80-liter-tank. We moesten wel ruim 2 uur in de rij vrachtwagens staan voor we aan de beurt waren. De rij benzineauto's was korter en ging aanmerkelijk sneller. 


Omdat we Chili definitief hebben verlaten, deze reis, nog een korte terugblik. Deze derde reis was het verblijf in Chili maar kort, maar in totaal over drie reizen hebben we er 148 dagen, dus 5 maanden, doorgebracht.

Het land is ons prima bevallen, vooral de enorme afwisseling in landschap, van regenwoud tot woestijn en van gletsjers tot warmwaterbronnen en van vulkanen tot zandstranden en meren. De enige negatieve dingen zijn de keiharde muziek die je moet zien te ontwijken en de vervuiling van de kust met weggeworpen afval. In Bolivia lijkt het wat beschaafder aan toe te gaan. 

Er wordt volop traditionele kleding gedragen

 

Van Taltal, Chili naar Oruro, Bolivia
1740 km in 16 dagen

12.12.24

Oruro

Ciudad de Piedras
Onze reis in Bolivia begint met horten en stoten. We wilden eergisteren een thermaalbad in de buurt bezoeken, maar we kwamen bij een gesloten hek waar even voor ons een Duitse truckcamper was aangekomen. Zoals dat gaat raak je in gesprek over het reizen. Ze hadden net drie maanden Bolivia voltooid en moeten inmiddels het land verlaten, naar Chili dus. 
Op weg naar de top van de Sajama;
nog maar 2000 meter verder omhoog

Ze zijn dolenthousiast over Bolivia maar hadden wel een waarschuwing voor ons: denk niet te lichtvaardig over het kunnen tanken van diesel. We waren al op de hoogte van het probleem maar zoals zij het ervaren is het echt stressen, ondanks de enorme tanks die ze aan boord hebben.

We belemmeren het uitzicht op de berg

Wat is er aan de hand met de brandstof in Bolivia? Simpelweg, er is al jaren schaarste. Bolivia moet noodgedwongen alle brandstof importeren want ze hebben zelf geen aardolie. Bolivia ligt niet aan zee, dus komt het met tankauto’s het land binnen, bijvoorbeeld uit Arica in Chili en inderdaad, we hebben er tientallen zien rijden, de 4750 meter hoge bergpas over.

Het dorpje Sajama is omringd door besneeuwde vulkanen

Wat zijn nu de gevolgen? De brandstofprijs wordt kunstmatig laag gehouden door de regering (40 cent per liter) en er is te weinig aanvoer. Tankstations staan vaak droog en er zijn onwerkelijk lange rijen zodra een tankstation weer bevoorraad wordt. Het ironische is dat ook tankwagens die benzine of diesel het land binnen brengen zelf in de rij moeten staan om te kunnen tanken.

Kerkje in het dorp Lagunas

Voor buitenlanders is de zaak ietwat anders. Zij moeten veel meer betalen dan die 40 cent, vindt de regering. Pompstations moeten administreren aan welk buitenlands kenteken ze leveren en hebben daar vaak geen zin in. Het is derhalve een hele zoektocht naar diesel, maar er zijn ook weer ongedachte oplossingen. Er zijn genoeg mensen die de goedkope brandstof te pakken krijgen en ze vanuit jerrycans verkopen, uiteraard met winst. Je betaalt dan vaak twee of tweeëneenhalf keer zo veel en dat is voor Europese begrippen nog niet veel maar al wel vergelijkbaar met Chili en Argentinië. 

Onze overnachtingsplek afgelopen nacht

Wij hadden toch echt een jerrycan met reserve bij ons moeten hebben, vonden de Duitsers. Ja misschien wel, maar we moeten al zo woekeren met de ruimte. In de buurt van Sajama hebben we 20 liter kunnen kopen, dus onze eerste ervaring hebben we inmiddels. De inhoud van een jerrycan werd met een hevel in de tank gedaan, maar het paste er niet eens in, terwijl we sinds de laatste tankbeurt in Arica al 300 km hadden gereden. Dat komt omdat de tankbediende toen 13 liter extra in de tank had kunnen krijgen en dat gaat met een slang niet. Inmiddels hadden we een waterfles van 6 liter droog gemaakt en daar ging de resterende vijf liter in. Met nog een andere fles kunnen we 10 liter bij ons hebben die niet in de weg staat. Vlakbij deze dieselverkoper is een tankstation, maar dat is nu gesloten en tientallen vrachtwagenchauffeurs staan in de rij…

Op de hoogvlakte zie je overal lama's en alpaca's

Een ander lastig punt was aanvankelijk dat we slecht werkend internet hadden. In Sajama hadden we eerst nog wel even internet maar de volgende anderhalve dag nauwelijks meer. Dat ligt aan de keuze die we hadden gemaakt voor e-sims (virtuele simkaarten) in onze telefoons. In Argentinië werkte dat meestal redelijk maar in Bolivia is het waardeloos. De Nederlandse aanbieder Firsty moet nog veel leren blijkbaar. 

Gisteren hebben we gewone Boliviaanse simkaarten gekocht en zelf kunnen registreren. Je betaalt voor onbeperkte data 50 cent per dag en het werkt prima, behalve dan als je afgelegen zit zoals gisteren en dat gebeurt in het dunbevolkte Bolivia nog wel eens. 

Hier op het platteland en in de kleine dorpen kun je met een creditcard niets beginnen, dus moet je geld wisselen. Voor dat doel hebben we flink wat euro’s en vooral dollars bij ons. De laatste Chileens peso’s konden we ook makkelijk kwijt. Eigenlijk kun je overal wel dollars wisselen tegen een koers van 10 BOL (boliviano). Voor het opnemen bij een geldautomaat ben je 35% meer kwijt. 

Nogmaals Ciudad de Piedras

Inmiddels hebben we kennisgemaakt met het geweldige landschap in de streek waar we binnenkwamen. De ene vulkaan na de andere betovert ons, zoals de Sajama, de hoogste berg van Bolivia met zo’n 6500 meter. We hebben een ministukje richting de top gelopen, 250 meter omhoog. We kwamen nog Duitse backpackers tegen die net waren aangekomen en bezig waren te acclimatiseren. Ze wilden een volgende dag een berg van 5000 meter beklimmen. 

Gisteren hebben we Sajama verlaten om op weg te gaan naar de stad Oruro. We hebben overnacht bij de Ciudad de Piedras, vlak langs de hoofdroute. Het is een rivierdal waarlangs onvoorstelbare rotsformaties te zien zijn. In een ander land was dit al lang een nationaal park geworden, maar we treffen hier vooral lama’s aan en zeker geen toeristen.

Oruro is een mijnwerkersstad

Het weer de afgelopen dagen was volgens een vast patroon. ’s Nachts vrij koud met 6-10 graden en overdag veel zon en weinig wind met temperaturen rond de 19 graden. Heerlijk weer dus op 4000 meter hoogte. Aan het eind van de middag komt er vaak een bui en tijdelijk meer wind. Het regenseizoen is officieel begonnen maar tot nu toe valt het erg mee. 

Vandaag ervaren we het leven in de grote stad in Bolivia. Oruro telt 230.000 inwoners. We hebben een Airbnb en dat is zeker prettig na zeven vrije overnachtingen zonder douche. We hebben vegetarisch geluncht bij een Indiaas restaurant. Zo'n zes euro voor twee personen. Een taxirit kost 1,50. Bolivia is een goedkoop land.

9.12.24

Sajama (Bolivia)

Twee vulkanen aan de overkant van het Chungarámeer, Chili
Na 4900 kilometer sinds eind oktober hebben we opnieuw een landsgrens bereikt en nu ook een land waar we nooit eerder zijn geweest. Een minpunt is dat het regenseizoen in Bolivia is begonnen en dat mogen we meteen ervaren want we zien van verre een onweersbui aankomen die ook bij ons in het dorp Sajama hagel laat vallen. Volgens het weerbericht is het morgen wel weer zonnig.
Putre

Gisteren hebben we een uitstapje gemaakt naar warmwaterbronnen in de buurt van Putre. Het was water van zo'n 38 graden was heerlijk. Er waren maar vier andere mensen. We hebben overnacht in het dorp zelf. Het ziet er leuk uit en het was er redelijk rustig. Er waren op zondagavond een paar werklui bezig om kerstversiering op het gemeentehuis aan te brengen en dat gaat natuurlijk alleen goed als er harde muziek bij wordt afgespeeld. 

De route naar de grens was absoluut spectaculair. Er zijn meerdere besneeuwde uitgedoofde vulkanen en meren met honderden vogels. Ook zien we weer vicuña's en lama's.

We deden een korte wandeling langs het meer op 4650 meter; hoger wandelden we nog niet

Ook enkele flamingo's presenteerden zich voor de vulkaan Parinacota
De grensovergang duurde wat langer dan we de laatste tijd gewend zijn, maar het is uiteindelijk gelukt. We moesten van een strenge Boliviaanse mevrouw al onze persoonlijke bezittingen in tassen door een scanner laten gaan. Er komen voornamelijk buspassagiers over deze grens, dus dan is het te begrijpen, maar voor reizigers in een camper? We hebben uiteindelijk wat spullen uit de camper gehaald en min of meer aan de opdracht voldaan. Want ja, al onze spullen in de camper zijn persoonlijke bezittingen.
Het sportcomplex in Sajama, met uitzicht op de vulkaan

Sajama ligt vlak na de grens aan een 11 kilometer lange zandweg en heeft wat toeristische voorzieningen. Het ligt aan de voet van de gelijknamige gedoofde vulkaan en daar gaan mensen wandelen. Ook zijn er warmwaterbronnen, dus daar gaan we ook nog naar toe. 

We staan op een terrein met allerlei sportvoorzieningen. Ook zijn er wc's en water. Van de hoogte, hier 4300 meter, hebben we geen last meer. 

7.12.24

Putre

Overnachtingsplek in de Atacamawoestijn, maar wel enkele bomen
We hebben ons verblijf eergisteren met nog een dag verlengd in Iquique. Aan het strand dit keer, samen met zo’n zes andere campers, waaronder een VW T4 zoals wij hebben. Hij zag er mooi uit en wordt gebruikt door een jong Argentijns stel. 
Strand in Iquique met kerstboom

De plek was rustig als overnachting maar ‘s avonds is er enorm veel activiteit van joggers, skaters en fietsers. Veel jongeren komen hier sporten en het is ook wel uitnodigend met de goede voorzieningen en vlak aan het strand. 

Een diorama verbeeldt het werk in de salpetergroeve

Gisteren vertrokken we naar het binnenland. We hoopten nog een blik te kunnen werpen op de kledingstort in de woestijn, waarover in een NRC-artikel werd gerept. Chili is een dumpplaats voor onverkochte kleding uit Europa en de VS. Gedeeltelijk wordt het hier verkocht of geëxporteerd naar omliggende landen. Echt onverkoopbaar spul blijft liggen in de woestijn. 

We bezochten de Oficina Humberstone. Met oficina worden de salpetergroeven aangeduid waarvan er in deze omgeving tientallen zijn geweest. De Engelsman Humberstone nam er een over en exploiteerde hem tot in de zestiger jaren. Het dorp dat bij zo’n mijn werd gebouwd werd in dit geval een museum en het spookdorp werd gedeeltelijk gerestaureerd, ook al omdat het werelderfgoed is. Wij hadden zoiets eerder gezien maar Humberstone is wel echt bijzonder vonden wij. 

 

Het werd ons ook duidelijk dat in de begintijd, rond 1900, de sociale omstandigheden erg slecht waren. Er braken stakingen uit, die bloedig werden neergeslagen. Later is de situatie wel verbeterd. De dorpen bij de salpeterfabrieken hadden allemaal het zelfde stramien met onder ander school, theater, kerk en winkels. Ze lagen afgelegen in de woestijn, zodat het hele leven zich noodgedwongen in zo’n dorp afspeelde. 

Salpeter is natriumnitraat en was een gewilde grondstof voor kunstmest en allerlei biochemische toepassingen.

We eindigden de dag ook in de woestijn, maar wel met bomen om ons heen, voor het eerst weer in de Atacama. Het was een prachtplek met een mooie sterrenhemel. 

Onderweg zagen we deze vier meter hoge beelden;
ze zijn geïnspireerd op mummies uit deze omgeving;
ze geven mooie klanken door de wind

Verrekijker in de aanslag

Aan de overkant afbeeldingen van lama's (klik voor scherpere weergave)
Vandaag vervolgden we de reis naar Arica, de meest noordelijke stad, vlakbij de grens van Peru. We deden nog wat boodschappen en tankten extra vol. Normaal als je tankt en je stopt als het tankpistool afslaat is de tank niet echt vol. De pompbediende wist er met veel geduld nog 13 liter extra in te krijgen. Zo kunnen we een eind komen, want voorlopig zien we geen tankstation meer. 

We staan inmiddels op 3100 meter hoogte even voor het dorp Putre, prima om te wennen aan hoogten rond de 4000 meter waar we de komende tijd langdurig zullen verkeren. We zijn op weg naar Bolivia. 

4.12.24

Iquique (2)

De haven van Iquique vanaf ons balkon
Eigenlijk zou Iquique in Peru moeten liggen en evenzo zou Antofagasta in Bolivia moeten liggen. De Salpeteroorlog, eind 19e eeuw, had echter tot gevolg dat Chili deze gebieden kon toevoegen en daardoor nog een paar honderd kilometer langer werd dan het toen al was. 
De replica van de Esmeralda

In Iquique wordt die geschiedenis levend gehouden en vooral Arturo Prat met zijn vlaggenschip Esmeralda wordt een heldenstatus toegedicht. Weliswaar verloor hij zijn schip en zijn leven hier voor de kust van Iquique tegenover een veel beter bewapend en sneller Peruaans oorlogsschip, maar de oorlog was met deze verloren zeeslag allerminst verloren. Met Engelse hulp konden de Chilenen de Salpeteroorlog in hun voordeel beslissen en konden de rijke salpeter- en koperbaronnen hun belangen veiligstellen. 

De zeeslag uitgebeeld: het laden van een kanon

We kregen het vandaag allemaal te zien in en op een replica van de Esmeralda, het stoom-zeilschip waar we vanuit ons appartement zelfs op uitkijken.

We hebben voor enkele dagen een Airbnb-onderkomen, heel comfortabel en centraal gelegen. We hebben een mooi uitzicht op de haven en de baai aan de noordkant van het centrum. Het is niet echt rustig want de noordelijke toegangsweg naar de haven loopt hier langs en daar komen vrachtwagens over die containers van en naar de haven brengen.

Houten herenhuizen in Iquique
Het centrale plein is vernoemd naar Arturo Prat

Iquique is een prettige stad van zo'n 250.000 inwoners. Het centrum telt veel gerestaureerde houten panden aan de Baquedanostraat, waarin ooit de rijke bovenlaag woonde. Nu is het een autovrije flaneerstraat geworden.

Pisco sour op ons balkon


1.12.24

Iquique

Mano del Desierto, verplichte stop aan de Ruta 5
Het is nog 80 kilometer tot de grote stad Iquique. We staan weer aan zee op een eenzaam plekje een eindje vanaf de kustweg Ruta 1. 
Taltal, een zwerfhond is nooit ver weg in Chili

De kust telt hier duizenden vogels, meeuwen, aalscholvers, pelikanen en gieren vooral. Het moet wel een visrijk gebied zijn. 

 

Er zijn hier weinig steden of dorpen, eigenlijk voornamelijk kleine nederzettingen van houten huisjes, veelal zelf gebouwd. De mensen leven hier van de visvangst en het binnenhalen van zeewier. Nu het weekend is zien we ook wel hier en daar een caravan of tent op het strand staan.

Overnachting bij Tocopillo

Gisteren stonden we ook op zo’n plek, iets ten noorden van het stadje Tocopillo. Net na ons kwam een Braziliaanse camperbus bij ons staan. Ze zijn van plan ook naar het noorden te reizen en uiteindelijk in Alaska te komen. De Brazilianen zijn duidelijk de reislustigste Zuid-Amerikanen. 

Eergisteren voerde de route door het binnenland en we kwamen langs de beroemde sculptuur van een meter of 10 hoog, genaamd Mano del Desierto (hand van de woestijn). 

Ruïne van voormalig hotel

Vanochtend namen we een kijkje bij een verlaten complex van huizen met hotel, pal aan zee. Het bood lang geleden onderdak aan werknemers in de winning van guano, destijds een veel geëxporteerde meststof. 

Opvallend genoeg hebben we een sterk 4g-signaal op onze huidige overnachtingsplek terwijl er in de verste verte geen huis te zien is.

Quebrada Honda, een van de dorpjes aan zee met houten huizen en hutten